Home / Nieuws 2019 / Ollongren wil daken woningcorporaties maximaal benutten voor zonnestroom
18/05/2019

Ollongren wil daken woningcorporaties maximaal benutten voor zonnestroom

Woningcorporaties mogen hun daken vol leggen met zonnepanelen, ook als dat de energiebehoefte van de huurders overtreft. Daarvoor is een wetswijziging in de maak, schreef minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) afgelopen vrijdag in een lange Kamerbrief over de huurmarkt en de herziening van de Woningwet

Woningcorporaties mogen op dit moment zoveel zonnepanelen op of aan het gebouw bevestigen als nodig is voor de stroomvoorziening van de bewoners. Die panelen moeten ook aan de bewoners leveren. Maar dat betekent dat in sommige gevallen een deel van het beschikbare dak onbenut blijft, en dat is onwenselijk, aldus Kamerleden. Ollongren zegt nu toe de Woningwet te zullen wijzigen, zodat woningcorporaties hun daken optimaal kunnen benutten voor zonnestroom, en dat de panelen bovendien direct terugleveren aan het net. De opbrengst daarvan moet wel ten goede komen aan de huurders, aldus de minister.

Gespikkeld bezit

Ollongren pakt ook het knelpunt van het gespikkelde bezit aan. Gespikkeld bezit wil zeggen dat woningen in appartementencomplexen of rijtjeswoningen deels in handen zijn van de woningcorporaties en deels zijn aangekocht door particulieren; particuliere koopwoningen en sociale huurwoningen staan dan dus door elkaar. Die woningen zouden in theorie op dezelfde wijze moeten worden verduurzaamd, alleen heeft de corporatie geen zeggenschap over het gehele gespikkelde bezit. Ollongren schrijft nu dat zij de wet zo wil wijzigen, dat de corporatie de organisatie van het project op zich neemt, en alle administratieve kosten en vergunningenstrajecten die daaruit volgen.

Gespikkeld bezit betekent dat de woningcorporatie in een gebouw of een rijtje woningen slechts een deel van de woningen in bezit heeft. De overige woningen zijn in handen van particuliere eigenaren. Dat betekent dat het moeizaam is om de gehele straat of het gehele gebouw tegelijk aan te pakken, en dat er een kans bestaat dat woningen achterblijven.(Foto: Hans van Rhoon/HH)

De kosten voor de fysieke verduurzaming van de woning, materiaal en arbeid, blijven wel bij de particuliere eigenaren. Ook is Ollongren niet van zins corporaties toe te staan leningen te verstrekken aan deze eigenaren om hen bij te staan in de verduurzaming. Het is niet de bedoeling om het werkdomein van woningcorporaties te verbreden naar “bancaire activiteiten”, ook niet als dat ten goede aan de verduurzaming.

Woningcorporaties zijn ten eerste bedoeld voor de volkshuisvesting, aldus de minister. Daarom wil zij de corporaties niet toestaan om risicodragend te participeren in energieprojecten die niet direct gelinkt zijn aan de eigen huisvesting, zoals een lokaal warmtenet of het volleggen van een naburig schooldak met zonnepanelen. Daar ziet zij een rol voor energiecoöperaties.

De wetswijziging zou dit jaar ter consultatie moeten liggen, en voor de zomer van 2020 naar de Kamer worden gestuurd, meldt de minister.

Woonlastenbenadering

Ollongren schrijft de mogelijkheden van de “woonlastenbenadering” te onderzoeken. Die benadering, die door meerdere partijen wordt onderschreven, betekent dat niet alleen naar de kale huur wordt gekeken, maar naar het geheel van de woonlasten: huur plus energiekosten. Gaan de energiekosten naar beneden door betere isolatie en andere energiebesparende maatregelen, dan kan de huur dus een stukje stijgen. Dat heeft echter ook gevolgen voor de financiële positie van de corporaties en de rendabiliteit van het vastgoed, aldus Ollongren, en al die zaken is zij nu aan het bekijken.

Woonlastenneutraliteit is ook de gedachte achter gebouwgebonden financiering voor particuliere woningen, en de energieprestatievergoeding die woningcorporaties mogen vragen voor woningen die uitermate energiezuinig zijn. Vorige week werd echter bekend dat de rechtbank een streep had gezet door de energieprestatievergoeding van een woningcorporatie, omdat pas na de verduurzaming vast zou kunnen worden gesteld wat de daadwerkelijke energievraag van de woning is. Marktpartijen studeren nog op de uitspraak om te bepalen wat de gevolgen zijn. In het Sociaal Huurakkoord werd ook rekening gehouden met de energierekening bij het afspreken van nieuwe huurprijzen.

Bron: Energeia – Katrijn de Ronde